De Brouwerei
Op woensdag 26 november 2025 gaven Cecile Barbay en Luc Melotte een uiteenzetting over de voormalige brouwerij, die zich bevond achter het huidige Com Pani in de Dorpsstraat 45.
De heemkundige kring ontving de vraag om de geschiedenis te schetsen van de brouwerijen in Houthalen. Wat volgt is het verhaal van 'De Brouwerei', de gerenoveerde brouwerij van de oorspronkelijke brouwers Martinus en diens zoon Theophiel Lefrère dat de aanwezigen in de oude brouwerij te horen kregen.
Meer over dit initiatief leest u op de nieuwspagina van 2025.
Brouwerij Hontes, Brouwerij Lefrère en Houthalense familiekronieken
Wie vandaag door het centrum van Houthalen wandelt, kan zich nauwelijks voorstellen dat er ooit brouwketels pruttelden achter verweerde gevels van de oude Dorpsstraat.
Halverwege de 19de eeuw kende het dorp nochtans twee actieve brouwerijen – beide geworteld in één opmerkelijke familiegeschiedenis (Hontes).
Naar het einde van de 19de eeuw is het aan een nieuwe familie (Lefrère) om in de dorpskern het bier brouwen weer op te starten.
De familie Hontes in Houthalen: het prille begin
In onze Houthalense archieven duikt de naam Hontes voor het eerst op in 1686, wanneer Petrus Hontes op 40-jarige leeftijd in Houthalen trouwt met de 22-jarige Elisabeth Houben. Zonder het te beseffen legt dit koppel de basis voor wat later de Hontes-clan van Houthalen wordt. In hun grote gezin (ze hadden tien kinderen) zal nochtans enkel zoon Hubertus de familienaam in Houthalen voortzetten.
Als landbouwer bouwt Hubertus een comfortabel bestaan op en kan hij heel wat gronden verwerven in het dorp. Dat hij in zijn omgeving ook een zekere waardering geniet, bewijst zijn aanstelling als burgemeester, tot tweemaal toe, namelijk in de periode 1742-1743 en 1754-1755 (in een tijd waarin het mandaat van burgemeester slechts één jaar duurde).
Zijn nakomelingen blijven generaties lang in Houthalen wonen en werken.
De laatste overgeblevene van de “Hontes-clan” is Maria Philomena, die in 1890 trouwt met hoefsmid Joannes Antonius Buyvoets. Met haar heengaan in 1946 verdwijnt de naam Hontes definitief uit Houthalen.
Brouwerij Hontes: van vader op zoon
Eén van Hubertus’ kleinzonen is Eustache Hontes. Hij is in Houthalen geboren in 1756. Over hem weten we niet zoveel, maar dat hij een ondernemende man is en van vele markten thuis, staat vast. Zo is hij landbouwer en radmaker van beroep, op latere leeftijd is hij als percepteur (schatter) belast met het schatten van allerlei goederen, hij is werkzaam bij de burgerlijke stand en in 1834 is hij schepen van Houthalen.
Maar Eustache was meer dan landbouwer, radmaker, ambtenaar of bestuurder: hij was ook brouwer - dat weten we uit een verkoopsakte, waarin zijn eigendommen beschreven staan. Vlak voor zijn dood in 1838 verkoopt vader Eustache aan zijn 30-jarige zoon Eustache: een huis, stal, schuur, 2 schobben, 2 paardenstallen, een brouwershuis met brouwgetuig, een werkhuis, moeshof, boomgaard en aanhorig bouwland, dat alles gelegen op bijna een halve ha landbouwgrond.
Dat de brouwerij op naam van zoon Eustache komt te staan, wordt nog bevestigd in de atlas van de buurtwegen en het kadaster, beide van ca 1844. Daarin wordt de brouwerij geregistreerd als zijnde eigendom van zoon Eustache. Misschien is de brouwerij voor hem niet meer dan een nevenactiviteit want hij is, zoals zijn vader, toch vooral landbouwer. En hij had een flinke neus voor zaakjes, weet Luc Melotte over zijn betovergrootvader te vertellen. Hij dreef handel in koeien, bomen, hij verhuurde werkkledij en hij bezat zowat alle gronden tussen de huidige Hofstraat en de Groenstraat.
Naar het voorbeeld van zijn vader, neemt zoonlief ook bestuursfuncties op: Eustache wordt dorpssecretaris in de periode 1830-1836 en schepen van Houthalen van 1836 tot en met 1843.
Twee brasseries!
Niet enkel de atlas van de buurtwegen en het kadaster, maar ook de bekende kaart van Philippe Vandermaelen van ca 1840 bewijst dat er in het dorpscentrum niet één maar twee bouwerijen actief zijn. De veel jongere broer van vader Eustache, Joannes Hontes, had ook zijn eigen brouwerij, die centraal in de Dorpsstraat gelegen was. Hij werkt zich op, naar het voorbeeld van zijn broer: hij wordt een welgestelde grondeigenaar, waarnemend burgemeester en later nog gemeenteontvanger.
Het is Joannes’ schoonzoon, Louis Loosen, die na zijn huwelijk in 1844 met Joannes’ dochter, de brouwerij in de Dorpsstraat overneemt. De geschiedenis herhaalt zich, want ook brouwer Louis vervult een politiek mandaat: in de periode 1848-1854 is hij burgemeester van Houthalen.
Het feit dat beide brouwerijen op de kaart staan aangeduid, bewijst dat ze voor de cartograaf van groot belang zijn. Bij de twee brouwers (zoon Eustache, als lid van het gemeentebestuur en diens oom Joannes, als oud-bestuurslid) kon Vandermaelen immers heel gemakkelijk alle mogelijke inlichtingen over de gemeente inwinnen.
Brouwerij zoon Eustache: einde
Om een onbekende rede houdt Eustache het, in het jaar 1871, in Houthalen voor bekeken. Hij verhuist naar Lommel en wat later naar Beverlo. In de lente van het jaar 1878 keert hij naar zijn geboortedorp Houthalen terug om bij zijn dochter in te trekken die in een lemen hoeveke in de Groenstraat woont. Hij is dan al zes jaar weduwnaar en sinds enkele maanden heeft ook zijn dochter haar man verloren. In de zomer van datzelfde jaar sterft Eustache in de ouderdom van 70 jaar, in zijn dochters woonhuis, zo meldt zijn overlijdensakte.
Zowat 100 jaar later, in de jaren 1970, vindt Luc Melotte op de zolder van de voorouderlijke hoeve het dagboekje dat zijn betovergrootvader Eustache, daar had achtergelaten. In dat kleine notaboekje had hij jarenlang zijn gezinssituatie en zijn vele zakelijke transacties gedetailleerd beschreven. Maar vreemd genoeg rept hij met geen woord over zijn brouwerij. Dat bevestigt wat we al eerder vertelden, nl. dat bierbrouwen voor hem mogelijk maar een bijberoep was.
In zijn boek “Twee eeuwen Houthalen” geeft Lode Franssens aan dat de goederen van Eustache Hontes (huis, werkhuis en grond, gelegen schuin tegenover de kerk) door zijn erfgenamen (oudste zoon Pieter Louis en diens kinderen) in 1921 verkocht werden aan Victor Hubert Lijnen, die toen beroepshalve briefdrager was. Na afbraak van de oude Hontesgebouwen, zal hij op die plaats een woning en een posterij bouwen en zich opwerken tot eerste postmeester van Houthalen.
In de verkoopakte wordt nergens melding gemaakt van het oude brouwershuisje. Dat doet vermoeden dat de Hontesbrouwerij eerder afgebroken was.
Brouwerij Lefrère: van vader op zoon
In 1873 laat een zekere Martinus Lefrère, afkomstig van Walsbets (een deelgemeente van Landen) en landbouwer van beroep, zich officieel in Houthalen inschrijven. Hij is zopas met de bemiddelde Houthalense Constantine Diliën getrouwd. Haar vader, Henri Diliën, die dorpssecretaris was geweest en een rijke rentenier, had tot de elite van Houthalen behoord.

Een prentkaart van rond 1900 toont twee statige burgerwoningen, die in dezelfde stijl zijn gebouwd: links de woning van Henri’s andere dochter Clara Diliën, gehuwd met Jacobus Thewissen en rechts de woning van zus Constantine Diliën, de echtgenote van Martinus Lefrère.
Mogelijk geïnspireerd door het verhaal van de oude Hontesbrouwerij zal Martinus Lefrère zijn eigen brouwerij opstarten, vermoedelijk rond 1890.
Zijn bier vindt gretig aftrek in de vele herbergen en gelagkamers die Houthalen rijk is. Zijn twee zonen, Theophiel en Gustaaf, staan hem bij en gebruiken een brouwerskar om alle cafés en herbergen van bier te voorzien. Martinus wordt een bekende figuur en kan vanaf de beginjaren 1900, als eerste schepen, ook zijn stempel drukken op het beleid van zijn gemeente.
Tijdens de oorlogsjaren 14-18 worden de ketels van zijn brouwerij gebruikt om oorlogssoep of schoolsoep in te koken. Martinus overlijdt in 1920, twee jaar na het einde van de eerste wereldoorlog.
Zoon Theophiel had intussen de brouwerij overgenomen, vermoedelijk maar voor een beperkt aantal jaren. Hij vestigt zich wat verderop, tussen de Kiezelweg en de Grote Baan en wijdt zijn tijd voortaan aan de gemeentepolitiek. Eerst wordt hij schepen, vervolgens is hij een tijdje waarnemend burgemeester, om uiteindelijk in de periode 1933 tot 1946 - met uitzondering van de oorlogsjaren - burgemeester van Houthalen te worden.
Theophiel was getrouwd met Frederika Lijnen, de achterkleindochter van Egidius Lijnen en Marie Hontes. Marie was de zus van Eustache (vader) en Joannes, de eerste bierbrouwers van Houthalen! Zo komen in het huwelijk van Theophiel en Frederika de twee brouwersdynastieën verrassend genoeg samen. Dat betekent dat vandaag het Hontesbloed – hoewel heel verdund - nog door de aders van Theophiels rechtstreekse afstammelingen stroomt!
Zoon Gustaaf
Gustaaf, broer van Theophiel en gemeenteontvanger (sinds 1908), blijft in het statige ouderlijke huis wonen. Voor deze tak van de familie zullen zich stilaan nieuwe perspectieven aandienen. Er is geen sprake meer van bier brouwen: vanaf einde jaren 1940 installeert zijn zoon Eugène er een drukkerij. Vanaf de jaren 1970 zal de imposante oude burgerwoning plaatsmaken voor een hypermoderne woonst en een even hypermoderne drukkerij.
Besluit
In vroegere tijden - tot omstreeks de jaren 1920 - waren binnen een dorpsgemeenschap enkele functies van essentieel belang: die van pastoor, burgemeester en molenaar. Ieder had zijn eigen opdracht: de pastoor de zorg voor de zieltjes van zijn parochianen, de burgemeester voor orde en wet en de molenaar voor het dagelijks brood. Ook de brouwer had een cruciale functie. Juist door hun populariteit werden brouwers en molenaars, haast vanzelfsprekend, tot burgemeester of schepen verkozen.
Zijn populariteit verwierf de brouwer doordat hij onrechtstreeks zorgde voor het nodige vertier in het dorp. Het sociale leven speelde zich in die tijd af in en rond de herbergen en gelagkamers. Gelegenheden waren er genoeg om elkaar daar te treffen: op zondag, bij het leggen van een kaartje of bij het kegelspel of als het kermis was. Maar ook een kerkelijke hoogdag, een processie, het oogstfeest (als het graan was binnengehaald), de jaarmarkt, een geboorte, een trouwpartij, en ja, zelfs een sterfgeval, waren gelegenheden om een keertje stevig uit de bol te gaan. Meer ontspanningsmogelijkheden waren er in die tijd in de boerendorpen niet.
Het café was kloppende hart van het dorp en het bier van de brouwer vloeide er rijkelijk.

Sindsdien is er meer dan een eeuw voorbij gegaan en is de nog bestaande oude brouwerijschuur van Martinus en Theophiel Lefrère de thuishaven geworden van een nieuw project, nl. een doe- en inspiratieplek rond duurzaam leven. Dat project kreeg de naam De Brouwerei, een naam en een woordspeling die verwijst naar de oude brouwerij, waar 100 jaar geleden op een nog ambachtelijke wijze bier gebrouwen werd. In de balken binnen in de schuur zijn vandaag nog inscripties te vinden die verwijzen naar de werkzaamheden van de brouwerij.
De hoofdactiviteit van De Brouwerei (met korte "ei") is ecologisch tuinieren, zoals vele generaties landbouwers het ons hebben voorgedaan. Dit project behoort tot de Velt-groep (Vereniging voor Ecologische Leven en Tuinieren) en maakt deel uit van Mundo, een winkel met producten die eerlijke handel hoog in het vaandel draagt, vermits bij de selectie ervan veel aandacht besteed wordt aan milieu, omgeving en duurzaamheid.
In elk geval toont dit verhaal hoe het verleden zich op een of andere manier doortrekt tot in het heden, al is het – wat het bierbrouwen betreft - voorlopig enkel met een leuke woordspeling.
Misschien zijn er vandaag nog sporen te vinden van de oude brouwerij, in de vorm van oude documenten, foto’s, brouwersgetuig (bv. ketels, een brouwerskar of ander klein getuig), enz…? Dat materiaal zou het verleden in De Brouwerei opnieuw onder de schijnwerpers brengen en dus deze brouwersgeschiedenis nog sterker doen herleven.
© Cecile Barbay, november 2025
